Kijk oma, dit doe ik

26 oktober 2020

Ken je die vraag? Zo’n lekkere opening als je op een feestje naast een onbekende terechtkomt. Eerst even voorstellen natuurlijk. En vragen wat je voor werk doet (‘User Experience Design’). De eerste reactie is meestal ‘Wat?!’. Dáarna komt hij vrij snel. De vraag: ‘hoe vertel je je oma wat je werk precies inhoudt?’. Dat gesprek met oma ben ik in mijn hoofd maar eens gaan voeren.

Nou oma, ga er maar eens goed voor zitten.

“De wereld werkt tegenwoordig met computers.”
“Ja jongen, dat weet ik toch allang… Ik speel dagelijks op de Nintendo.”
“Ohja, klopt. Nou. Op computers kan je allemaal ingewikkelde dingen doen.”
“Daar begin ik niet meer aan hoor. Ik speel alleen omdat het leuk is af en toe en spelletje. Al die andere dingen, dat is veel te lastig voor mij.”
“Precies! Dat is hartstikke lastig, terwijl dat helemaal niet hoeft.“

Heerlijk. Daar is het bruggetje waar ik op wacht. Complexe dingen makkelijk maken is namelijk wat ik doe. Maar dan toevallig online.

“Die moeilijke dingen oma, die probeer ik makkelijk te maken. Dus als je iets wilt met je zorgverzekering, dan moet dat simpel zijn. Geen gedoe met 1000 formulieren en handtekeningen, maar snel en duidelijk. Maar… wél op je telefoon of computer natuurlijk. “
“Dat is fijn. Maar hoe dan? Want de bank en de verzekering dat gaat toch allemaal met brieven en formulieren? Dat zijn hele belangrijke dingen.”
“Klopt wel, maar die papieren zijn niet perse nodig. Wat je op een papier schrijft kan je ook via een telefoon of tablet versturen. Dat scheelt gedoe met postzegels, scheelt je tijd omdat je niet naar het postkantoor hoeft. Het kan gewoon vanuit je luie stoel.”
“Het blijft gedoe hoor, ik snap dat allemaal niet zo snel meer. En m’n ogen zijn ook al niet zo heel best.”

Toegankelijkheid, hoe leg je dat uit?

Die ogen, die vormen een ander bruggetje. Maar wel een lastige, want hoe leg je toegankelijkheid uit?

Hoe vertel je dat je rekening houdt met slechte ogen door voldoende contrast te gebruiken? Door te denken aan screenreaders en door tekstgroottes niet vast te zetten maar geschikt te maken voor inzoomen.

Hoe vertel je iemand dat daar designers over nadenken, maar programmeurs en contentspecialisten ook? Allemaal op hun eigen manier. Dat ik van die drie onderdelen van alles weet, maar nooit helemaal alles. En dat er ook voor mij nog veel te ontdekken valt rondom toegankelijkheid. En ook niet onbelangrijk: dat een deel van mijn werk is om anderen ervan te overtuigen dat die toegankelijkheid een essentieel onderdeel is van softwareontwikkeling?

En door. Software maken.

“Klopt oma. Daar proberen we rekening mee te houden hoor. We doen ons best, maar kunnen helaas net niet alles.”
“Dat moet je ook helemaal niet willen. Daar krijg je het veel te druk van. Dat is niet leuk.”
“Wat ik vooral doe is veel tekenen. En praten. Bedenken wat jij wilt regelen en hoe dat het beste en het prettigst werkt. We maken software, en dat zit best ingewikkeld in elkaar. Dus dat ga ik dan tekenen. Eerst op papier, daarna op de computer. Als het af is ga ik praten met mensen op straat, met gebruikers, om te kijken of ze snappen wat ik getekend heb.”
“Echt? Wat leuk!“
“Klopt! Dat is fantastisch. En weet je wat het mooie is? Je krijgt altijd weer een verrassing te horen. Een knop die gek is, een tekst die niet klopt, een afbeelding die volledig over het hoofd gezien wordt. En dat is alleen maar goed, want daardoor kunnen we het nóg beter maken.

Ik praat trouwens ook met programmeurs en architecten. Niet van die architecten die huizen bouwen, maar die het fundament van de software bedenken.”
“Bestaaaaat dat? Nooit van gehoord!”
“Hoeft ook niet. Ze zijn vaak op de achtergrond maar doen heel belangrijk werk. Net als programmeurs trouwens. Die zorgen dat alles werkt. Dat er iets gebeurt als je op een knop drukt. Dat je (bijna) geen fouten kunt maken. Dat je berichtje op de goede plek terechtkomt (en ook weer teruggevonden kan worden over een half jaar, als het nodig is).

We praten trouwens ook vaak met de servicedesk. Want die weten als geen ander wat er misgaat, omdat dat precies is waar mensen over bellen. Ze weten dus wat niet goed werkt, en wat mensen graag willen kunnen. Waardevolle informatie, want daarmee kunnen we de software weer verbeteren. “
“Man, wat praat jij veel. En wat moet je veel mensen kennen. Doe je ook wel eens echt werk?”
“Ha, you got me! Ik praat inderdaad veel en ik teken veel. Ik heb zelfs nog niet de helft verteld van wat ik allemaal doe. Zoals over onze data-mensen, de inhoudelijk specialisten, de schoonmakers, de marketeers, de weet ik veel wie…. Best gek eigenlijk. Die 20% van mijn tijd waarin ik teken is het meest zichtbaar, maar alle andere uren (en die andere mensen) zijn minstens net zo belangrijk om dingen simpel te maken. Zonder die uren (en die mensen) weet ik niet wat ik moet tekenen.”

“Het klinkt maar wát ingewikkeld allemaal. Ik hoop dat je d’r gelukkig mee bent.”

Dat is de kern hè? Er gelukkig mee zijn.

“Eigenlijk oma, is dat het. Ik ben er gelukkig mee. Ik maak moeilijke computerdingen makkelijk. En het interesseert me geen donder of ik daarvoor moet tekenen, moet programmeren, moet testen, management moet overtuigen of met gebruikers moet praten. Ik wil gewoon dat het mooi en makkelijk wordt en simpel werkt, dus ik doe wat daarvoor nodig is. Samen met heel veel slimme en goede mensen. En daar word ik elke dag weer heel blij van.”
“Dat is toch waar het om gaat hé jongen, dat je elke dag blij bent met je werk.”

Oma mag het laatste woord, want ze heeft volkomen gelijk. ’t Is wel een wat lang antwoord voor op een feestje, maar dat mag de pret niet drukken.

Reageren --> LinkedIn Terug naar de blogs